I

Wouter kijkt opzij. De nacht heeft van het raam een spiegel gemaakt. Het licht in de bus is gedempt, maar sterk genoeg om de meeste mensen om hem heen te zien zonder dat hij zijn hoofd hoeft te draaien. Op de stoel schuin voor hem zit Michiel. Tarek zit recht voor hem. Zijn hoofd rust tegen het raam, zo stil heeft Wouter hem vandaag nog niet gezien. Een pet verraadt waar Arnoud zit, aan de andere kant van het gangpad.

Vier cassettebandjes heeft Wouter mee, allemaal met negentig minuten muziek. Hij is nu aan het tweede bandje bezig. R.E.M. zingt over night swimming.
Wouter duwt zijn gezicht tegen het koele raam. Alleen zo kan hij iets van buiten zien. Er zijn maar een paar lichten zichtbaar, er rijden weinig auto’s over de snelweg. Bovendien kronkelt de weg, de donkere contouren van de bergen verraden waar ze ongeveer moeten zijn.

Dit is de reis waar al in de brugklas over gesproken werd. Het hoogtepunt van de middelbare school. Met je vrienden naar Rome. De plattegrond zit in zijn rugzak, kruisjes bij de beste plekken volgens het boekje met toptips. Thuis heeft hij alle highlights al op een videoband bekeken. Meneer Lacroix heeft bij Latijn ook veel foto’s laten zien. En met zijn vrienden hebben ze ingezet op wie met wie zou zoenen.

Deze busreis is het laatste stukje van de voorpret. Er is snoep gegeten, gegild, slechte moppen getapt en stiekem bier gedronken tijdens Die Hard with a Vengeance. Daarna is het geluid langzaam verstomd, totdat alleen hij nog wakker was. Het liefst zou hij ook willen slapen, nog even een voorschot nemen op de korte nachten die voor hem liggen. Maar het gaat niet, hij kan zijn hoofd niet uitzetten. Wat als het tegenvalt?

Dan voelt Wouter dat Merel tegen zijn schouder aan valt. Nu durft hij helemaal niet meer te bewegen. Wouter kan haar in het raam niet zien, maar ziet in de ruit wel zijn eigen glimlach. Dit was vanochtend misschien de laatste vrije plaats in de bus, het is het beste begin van de mooiste reis.

II

Nog anderhalf uur naar huis. Ik rij op een lege snelweg, in mijn achteruitkijkspiegel zie ik in de verte koplampen. Ik ben moe. Mijn Spotify-playlist is mijn gezelschap.

Nightswimming deserves a quiet night

R.E.M. komt voorbij. Ik neurie mee,

The photograph on the dashboard, taken years ago / Turned around backwards so the windshield shows / Every streetlight reveals the picture in reverse

Ik zit meteen weer in de touringbus, in de nacht, als enige nog wakker. Ik wilde wel slapen, maar ik kon het niet.

Naast me zat Merel. Bij toeval, denk ik. Volgens mij was het de laatste vrije plaats. Ik vond Merel wel leuk, maar niet anders dan alle andere meisjes die ik wel leuk vond.

Bier drinken, dat wilden we deze reis. Eindelijk de Rome-reis. Daar hadden we al sinds de brugklas naar uitgekeken. Weinig slapen, veel stiekeme feestjes op de slaapkamers. Met Arnoud en Tarek had ik afgesproken dat we sowieso op één kamer zouden slapen. En er stond een fles Passoa klaar voor wie het eerst zou zoenen.

Maar Nightswimming is niet de Romereis. Nightswimming is de touringbus, ’s nachts. Klaarwakker, vol spanning wat komen zou. Nightswimming is Merel, die met haar hoofd op mijn schouder viel. Mijn hart vijftien slagen hoger.

Merel zou niet het meisje worden waar ik voor het eerst mee zou zoenen, maar Merel was wel het eerste meisje met een eigen liedje.

Spotify zet een ander nummer in. Ik druk op rewind.

Ik volg deze winter het Schrijfcafé van Jan van Mersbergen. Dit stuk is tijdens de tweede bijeenkomst geschreven. Opdracht bij I: één personage dat je volgt in de bus, derde persoon tegenwoordige tijd. Uit handelingen en gesprekken moet blijken wat hij gaat doen. Na deze stukken besproken te hebben kregen we de opdracht voor II: beschrijf de voorgaande situatie vanuit de hoofdpersoon in de verleden tijd, ik-vorm

24 november 2021, 16:03