I

Dag 1. Post van de grond halen, op tafel leggen, planten water geven. Tien minuten binnen.

Dag 2. Post van de grond halen, op tafel leggen, even kijken wat ze aan post hebben gekregen, planten water geven. Twaalf minuten binnen.

Dag 3. Post van de grond halen, op tafel leggen, luisteren naar de stilte in huis. Planten water geven, ook boven kijken of er planten staan. Achttien minuten binnen.

Dag 4. Zodra de sleutel omgedraaid is me al verheugen op de tijd voor mezelf. Post oprapen, even aan tafel zitten, planten water geven en een rondje door het huis maken om te kijken of alles in orde is. Vijfentwintig minuten binnen en geen vragen als ik thuiskom.

Nu is het dag 5 en ik kijk al de hele dag uit naar dit moment. Ik steek de sleutel in het slot, doe de deur open, pak de post van de mat en hang mijn jas aan de kapstok. Ik zet mijn schoenen bij de voordeur. Alle post leg ik op tafel, maar de krant neem ik mee en leg die op het aanrecht. Terwijl de espressomachine voorverwarmt, geef ik de planten water. Sneller dan ik eerdere dagen deed. Als het lampje van het apparaat uitgaat, zoek ik een kopje in het kastje waar het bij ons ook staat. Ik moet een kastje naar rechts zijn. Staand met mijn billen tegen het aanrechtblad lees ik de krant en drink ik een espresso. Ik spoel het kopje om en leg de krant op tafel. Ik trek mijn jas en schoenen aan en de deur achter mij dicht. Drie kwartier binnen. Thuis geen vragen.

Direct na het werk ga ik bij de buren de post verzamelen en de planten water geven. Ik zet een kopje koffie, ga aan de eettafel zitten en verstuur nog wat mails waar ik op het werk niet aan toekwam. Als ik klaar ben, zet ik nog een kopje koffie. Halverwege de krant stop ik even. Met de koffie in mijn hand luister ik naar de stilte. Hoe langer ik luister, hoe meer geluiden ik hoor. Naast me wordt stof gezogen. Ik hoor hoe de stang tegen ons dressoir stoot en denk zelfs dat ik Johan kan horen vloeken. Dan hoor ik ons koffiezetapparaat bonen malen. Nooit geweten dat het geluid zo doordrong. Ik hoor een kastje dichtslaan en weet dat hij het kopje met de vogel heeft gepakt. Nu loopt de koffie. Ik sta op, was het kopje af en ga naar huis, waar Johan nog aan tafel zit. Ik zeg dat ik al bij de buren ben geweest. Twee uur binnen geweest.

Nog twee dagen en dan komen de buren terug. Ik ben anderhalve week direct na het werk naar hun huis gegaan. Ik heb er gewerkt, de krant gelezen. Het huishouden gedaan en drie dagen zelfs gegeten. Ik heb vier romans gelezen in de luie stoel in de woonkamer. Ik heb geleerd dat de huizen gehoriger zijn dan gedacht en de buren stiller. En ik heb op Funda een huis gevonden waar ik zojuist met een koffer naartoe ben gegaan. Op een briefje op onze eettafel staat precies waar Johan de post neer moet leggen en welke planten wanneer water nodig hebben.

II

Je denkt dat ik niks doorheb. Maar deze huizen hebben dunne muren. Ik mis het dagritme van de buren, maar jij hebt zelf ook snel een ritme gevonden. Ik hoor elke dag de deur dichtslaan. Ik hoor dat er koffiegezet wordt. Ik hoor je stofzuigen. Als ik heel stil ben, kan ik je zelfs horen typen.

En je fiets staat gewoon voor de deur.

Je was zo afwezig de laatste tijd. Je kwam van je werk, we gingen eten, we keken tv en we gingen naar bed. Je lag wakker naast me. Je zult vast gemerkt hebben dat ik ook wakker lag. We spraken niet meer, terwijl er zoveel te zeggen was.

Een LTA-relatie. Living together apart.

Als de buren terug zijn, wil ik voorstellen dat de logeerkamer jouw kamer wordt. Niet om te slapen, dat mag je elke avond naast mij doen. Ik gun je een eigen, veilige plek, zoals je die nu ook blijkbaar gevonden hebt. Je bent namelijk relaxter als je thuis komt. Je zegt niks en tegelijk zoveel. Alsof de afstand ons dichterbij brengt.

Je valt sneller in slaap. Je woelt minder. En ’s ochtends sta je makkelijker op, omdat je iets hebt om naar uit te kijken.

Is het een soort minivakantie voor je? Misschien moeten wij ook samen op vakantie. Weer naar Italië. Weg van het grijze. Alles wordt beter als de zon schijnt.
Ik heb vandaag twee tickets geboekt, je vindt ze morgenavond naast je bord.

Ik volg deze winter het Schrijfcafé van Jan van Mersbergen. Dit stuk is tijdens de derde bijeenkomst geschreven. Opdracht bij I: schrijf vanuit een ik-personage hoe iemand op een huis past. Na deze stukken besproken te hebben kregen we de opdracht voor II: schrijf een reactie op I in de jij-vorm.

1 december 2021, 20:52