We noemden haar Titia Gladiola, naar de bloem in haar haar. Ik geloof dat Dennis ermee kwam, later gaf iedereen in ons gezin haar die naam. Ik denk dat ze echt Titia heette, maar ik weet het niet zeker.

Natuurlijk heb ik haar niet elke dag door de straat zien lopen, toch zag ik haar elke dag van haar huis aan de voet van de berg naar de supermarkt lopen, door de Felix Ruttenlaan. Er zijn nu nog twee plekken waar ik haar in mijn gedachten zie. Of ik zat met Dennis in het klimrek of ik keek uit mijn raam op de eerste verdieping, huiswerk makend aan mijn bureau. Radio Tour de France aan, het raam open.

Ze klikklakte met haar schoenen zo rood als die bloem die ze droeg. Eerst vond ik haar eng, ik noemde haar de heks in mijn hoofd en ik was blij dat haar schoenen haar verrieden. Later gaven ze de tijd aan, wist ik dat het vier uur was.

Ze moet in de achttien jaar dat ik haar kende veranderd zijn, maar de bloem was hetzelfde, haar schoenen bleven dezelfde en dus bleef zij ook dezelfde. Eerst ging ik op kamers en zag ik Titia Gladiola alleen nog in het weekend, als ik weer thuis was en met Dennis bier dronk in het speeltuintje. Later verhuisden mijn ouders naar een makkelijke woning.

Een maand geleden wandelde ik over de berg. Begin april, als de bloesem kleur geeft, maar nog niet alles dichtgegroeid is. Je kunt nog op de stad neerkijken. Ik wandelde de Felix Ruttenlaan in en ging zitten op het bankje waar ooit het klimrek stond. Ik sloot mijn ogen in de lentezon. Ik hoorde hakken op de stoep, een geluid uit het verleden kwam dichterbij.

Toen ik mijn ogen opende, zag ik dat het inderdaad vier uur was. Ik keek in de richting van de supermarkt. De straat was uitgestorven.

6 april 2020, 13:58